Naar de kerk voor gezondheidsadvies

Uit diverse AMC-studies blijkt dat bepaalde migrantengroepen vaker ernstig overgewicht hebben dan andere. Daarom trekken onderzoekers van het FAMILY-project Amsterdam Zuidoost in. Met hulp van mensen binnen deze gemeenschap verspreiden ze kennis over gezond leven en regelen ze workshops en cursussen.

Al buiten het gebouw komen de gospelliederen je tegemoet. Bij de Wesley Methodist Church in Amsterdam Zuidoost zingt een enthousiaste gemeenschap van voornamelijk Ghanese kerkgangers de longen uit hun lijf. Ze worden uitgenodigd voor deelname aan de FAMILY-studie, uitgevoerd door AMC-onderzoeker Marieke Hartman en projectleider Erik Beune. De studie richt zich op de vraag: hoe kunnen we bij bepaalde migrantengroepen obesitas (ernstig overgewicht) voorkomen en de gezondheidsproblemen die daardoor ontstaan?

Geworteld in de Bijlmer
Het begint allemaal met de onderzoekslijn van dr. Charles Agyemang binnen het AMC. Agyemang verbindt op een bijzondere manier zijn onderzoeken met de gemeenschap in Amsterdam Zuidoost. Hij onderzoekt gezondheidsverschillen tussen etnische groeperingen (met name Afrikaans) en autochtone Nederlanders, én tussen etnische groeperingen en wat hij noemt de source population (bijvoorbeeld tussen Ghanezen die in Nederland wonen en Ghanezen in Ghana). Er zijn grote gezondheidsverschillen in beide situaties, waarbij de gemigreerde groepen er ongezonder voor lijken te staan.

Agyemang zette samen met Beune een systeem op waarbij in allerlei (kerk)gemeenschappen van de West-Afrikanen in Amsterdam, met een nadruk op Zuidoost, mensen worden opgeleid tot ‘health information persons’. Je zou het een win-win-situatie kunnen noemen: Agyemang kan informatie vergaren voor onderzoek, tegelijkertijd profiteert de gemeenschap van de kennis die er in het AMC wordt opgedaan. De health information persons zijn getraind om de weg te wijzen door het Nederlandse gezondheidssysteem, er zijn health checks en er is ruimte voor voorlichting over gezondheid.

Uit één van Agyemangs onderzoeken blijkt dat obesitas onder etnische migrantengroepen in Europa vaker voorkomt dan bij andere. Deze RODAM-studie (Research on Obesity and type 2 Diabetes among African Migrants) toonde opvallende uitkomsten: afhankelijk van de gebieden waar migranten naartoe zijn verhuisd, overheersen andere soorten welvaartsziektes. In Amsterdam bleek dat Ghanezen en Creoolse Surinamers vaker overgewicht hebben dan bijvoorbeeld autochtone bewoners. Dit verschil ontstaat al op jonge leeftijd (vanaf drie jaar) en vormt een gezondheidsrisico. Overgewicht vergroot het risico op hoge bloeddruk en diabetes, wat weer leidt tot hart- en vaatziekten. Ook gewrichtsklachten komen voor.

Inmiddels is het tijd voor actie. En dat is waar de FAMILY-studie in voorziet. “We willen niet alleen maar ‘halen’,” stelt projectleider Erik Beune, “het is ook de bedoeling om iets terug te geven aan de community met wie wij zo nauw samenwerken.” Het AMC wil niet als een betonnen kolos midden in de Bijlmer staan om vervolgens zijn kennis niet te delen met mensen die letterlijk de buren zijn. In de Bijlmer woont een grote Ghanese en Creools-Surinaamse gemeenschap.

Manier waarop

Nu is vastgesteld dat obesitas vaker voorkomt, wil de FAMILY-studie in kaart brengen hóe daar het beste wat aan kan worden gedaan. “Uit eerdere ervaringen weten we dat het niet zo simpel is als ‘mensen goed informeren’”, zegt hoofdonderzoeker Marieke Hartman. “Het gaat ook om de manier waarop. En om de achtergrond van het probleem. Daarom is het enorm belangrijk dat we sámen met bijvoorbeeld de Ghanese en Surinaamse gemeenschap optrekken; zij weten het best op welke manier onze onderzoeksresultaten kunnen worden omgezet in actie.”

In de Wesley Methodist Church legt één van de onderzoekers daarom in het Twi en Engels uit waar het onderzoek om draait. Ze vraagt mensen in de kerk of ze mee willen doen aan de nieuwe studie. Uiteindelijk moeten er goede adviezen uit voortkomen om gezonder te leven, ‘for a healthier and happier life’. Het onderzoek richt zich met name op kinderen uit gezinnen met een laag bestedingsniveau; voor hen is veel winst te behalen. Meteen barsten de vragen los in de kerk: “Welke lunchpakketten moeten we onze kinderen meegeven? Welke groentes moeten we eten? Wat is er waar over suikerhoudende dranken?” Het onderwerp leeft.

Kookbattle

Het FAMILY-project bestaat uit drie componenten: een communicatiecampagne, aandacht voor voeding en een cursus ‘eigen regie’. Deze methodiek is eerder toegepast in Amerikaans onderzoek met dezelfde opzet en blijkt een duurzaam effect te hebben. In de communicatiefase wordt de nadruk gelegd op bewustzijnsverandering en voorlichting. Daarvoor worden onder meer radio-uitzendingen en tv-drama’s gemaakt die worden uitgezonden op de lokale Ghanese en Surinaamse radio- en tv-zenders. Tegelijkertijd kunnen in kerken, bij voedselbanken en op scholen dezelfde boodschappen worden verkondigd. Er worden bijvoorbeeld vragen aan ouders gesteld: ‘Wat betekent gewicht, voeding en een goede opvoeding eigenlijk voor mij?, Waarom doe ik wat ik doe?, Wat vind ik daarvan? Er is in deze campagne ook aandacht voor het wegnemen van schaamte of een gevoel van stigma – het is geenszins de bedoeling dat deelnemers aan het onderzoek het gevoel krijgen dat zij schuld hebben aan een ongezonde levensstijl.

Het tweede onderdeel van de studie richt zich op voeding, met als ultiem evenement een kookbattle. Voorafgaand aan de battle zijn er kookworkshops en voorrondes, met een nadruk op lekker, gezond én betaalbaar eten. Tijdens deze workshops is veel ruimte voor voor het onderling uitwisselen van kennis. Daarnaast krijgen mensen de gelegenheid zich aan te sluiten bij al bestaande programma’s, bijvoorbeeld vanuit de gemeente, die gaan over gezond eten en diëten.

Als laatste onderdeel van het onderzoek volgt een cursus ‘eigen regie’. “Je moet weten, voor de meeste mensen heeft deze thematiek geen prioriteit. Ze zijn druk bezig om het hoofd boven water te houden, hun economische situatie is vaak niet goed, ze hebben meerdere banen, of worstelen met het draaiende houden van hun gezin”, zegt Beune. Juist in zo’n situatie is het belangrijk houvast te krijgen, en grip op je eigen leven te hebben. Er worden diverse programma’s aangeboden, waarbij de health information persons ook een rol zouden kunnen spelen – zij zijn bekenden in de gemeenschap, en hebben geloofwaardigheid en kennis.

Duurzaam en houdbaar resultaat
En het resultaat? Als de studie over drie jaar afgerond is dan moet het niet als een kaartenhuis in elkaar zakken. “Tegen die tijd hopen we deze gemeenschap voldoende houvast te hebben geboden, en een andere houding te hebben gegeven ten opzichte van gezond leven en gezond gewicht. We willen een duurzaam en houdbaar resultaat leveren”, stelt Beune. “Wetenschappelijk hebben we dan een goed beeld van het proces van gezondheidsbevordering en weten we meer over de effecten van dit soort familie-georiënteerd onderzoek.”

De onderzoekers willen absoluut niet het wiel opnieuw uitvinden. Daarom sluit de studie aan bij diverse programma’s die bijvoorbeeld door de Gemeente Amsterdam worden opgezet. Denk aan beweegprogramma’s voor kinderen, of voedingsadviezen die gratis kunnen worden gehaald via gesubsidieerde bijeenkomsten. Beune: “We maken gebruik van sleutelfiguren uit de gemeenschap. De Bijlmer kent daarnaast veel buurtinitiatieven op het gebied van beweging en samenkomst. Met al die partijen werken we nauw samen. Als wij ‘weg’ zijn met het onderzoek, staat het programma overeind.”

Tekst: Loes Magnin
Foto’s: Marieke de Lorijn/Marsprine